Mobiliteitstoets: procedure, aanpak en courante misvattingen

Eerste hulp bij mobiliteitstoetsing

De gemeente vraagt je om een mobiliteitstoets op te stellen. Wat is net de procedure, kan je dat zelf doen of heb je hulp nodig?

Wat is een mobiliteitstoets?

Een mobiliteitstoets is strikt genomen niet meer dan een formulier, downloadbaar op de website van mobielvlaanderen, waarin een aantal vragen in te vullen zijn over je project:

  • Hoe groot is het?
  • Hoe bereikbaar is het met verschillende vervoersmiddelen?
  • Hoeveel bezoekers, personeel, leveranciers verwacht je?
  • En kan die verwachte aantrekking wel opgevangen worden door de beschikbare wegen, bussen, treinen, fietspaden?

De gemeente (of ruimer: de vergunningsverlenende overheid) kan je vragen om een mobiliteitstoets op te stellen. Ze doet dat omdat ze zich zorgen maakt over de verkeersimpact van je project.

Overlastvermoedens die de gemeente doet beslissen een mobiliteitstoets op te leggen

mobiliteitstoets

Een confrontatie hoeft u niet als een gevecht te zien: doel is een eerlijke toetsing van het draagvlak

In sommige gevallen is de oorzaak van ongerustheid over mogelijke verkeershinder of verkeersonveiligheid erg duidelijk:

  • de gemeente vreest parkeerhinder door te veel auto’s en te weinig parkeerplaats op eigen terrein,
  • een bijna verzadigd kruispunt zou nog extra verkeer moeten verwerken, met file als gevolg,
  • je perceel ligt erg dicht bij een school, en dat valt mogelijk moeilijk te rijmen met een veilige schoolomgeving,

Soms is de oorzaak eerder formeel: sommige activiteiten veroorzaken vrijwel steeds overlast (een school, een bioscoop, een warenhuis, een ziekenhuis, …) In die gevallen zal je gevraagd worden om de verkeersimpact in kaart te brengen, ook al is er op het eerste zicht geen probleem.

In eerder uitzonderlijke gevallen kan de gemeente vragen om een mobiliteitstoets zuiver om na te gaan of er een probleem te verwachten is rond verkeersveiligheid, en om na te gaan hoe potentieel gevaar kan vermeden worden door infrastructurele ingrepen.

Wanneer is een mobiliteitstoets verplicht?

Hou er rekening mee dat een gemeente altijd een mobiliteitstoets mag opleggen. De toetsing is verplicht als de gemeente er om vraagt. Al vergt dat een nuancering. Een mobiliteitstoets werkt niet als een aanstiplijst. Je dossier is niet onvolledig als je geen toetsing toevoegd – al heb ik ook al cases gezien waar gemeenten dat wel zo beschouwd hebben. Je hoeft strikt genoemen geen toetsing in te dienen, zelfs niet als de gemeente het oplegt. Maar dan weet je dat je jezelf de kortste weg naar een weigering hebt cadeau gedaan.

De ambtenaar heeft immers twijfels over de verkeersimpact, en hoewel hij of zij jou de kans geeft om die twijfel te weerleggen, wijs je die mogelijkheid van de hand. Dus kan de ambtenaar niet anders dan weigeren op grond van vermoede verkeersimpact.

Kortom, als er een toetsing wordt gevraagd, maak die dan ook. Je hebt er alles bij te winnen.

Is er een ondergrens voor een mobiliteitstoets?

Er is geen vastgelegde ‘ondergrens’. Er is wel een geadviseerde ondergrens: vanaf bepaalde aantallen woningen of m² beveeld het Vlaams gewest aan gemeenten aan om een toetsing op te leggen. De gemeente hoeft dat niet te doen.

Kom je in een situatie terecht waar er geen toetsing gevraagd wordt, maar waar er duidelijk problemen te verwachten zijn, dan is de vraag wat te doen. Je kan de zaak blauw-blauw laten, en er het beste van hopen. Of je kan preventief werken, en ‘slapende honden wakker maken’.

Ik ben in zo’n geval voorstander om toch spontaan een mobiliteitstoets op te maken: zelfs als de gemeente er niet om vraagt, dan zullen er vast wakkere burgers zijn die bij het openbaar onderzoek wél bezwaren rond verkeer formuleren. Op dat moment kan de gemeente geen bijkomende stukken meer overwegen. De bezwaar indieners zwaaien al gauw met getallen die grote hinder suggereren. En als gemeente moet je wel argumenteren waarom je met de bezwaren wel of niet rekening houdt.

Door een spontane mobiliteitstoets hou je zelf de controle in handen. Ook in dit geval maak je dus geen slapende honden wakker: procederende buren slapen zelden.

Stopt het na de mobiliteitstoets, of kan het nog een staartje krijgen?

Op de laatste bladzijde van je mobiliteitstoets is er een vak voor de gemeente. Met een kruisje geeft de gemeente aan of de ontvangen informatie volstond om het project qua verkeer te kunnen toestaan, danwel dat er extra informatie nodig is. In dat laatste geval geeft de gemeente aan of het om een mobiliteitsstudie van een deelthema gaat (parkeren, kruispuntcapaciteit, veiligheid fietsers,…) of om een mobiliteitseffectenrapport (MOBER). Maar ook bij een MOBER kan de gemeente er voor kiezen om je slechts bepaalde onderdelen ervan te laten onderzoeken. Daartoe wordt dan de aanstiplijst MOBER ingevuld.

Enig marchanderen is niet ongewoon. Legt de gemeente een extra studie op, dan kan je gerust onderhandelen over welke onderdelen wel en welke niet moeten onderzocht worden. En hoe dat dan net moet onderzocht worden: zijn er kencijfers nodig, moeten er tellingen gebeuren of mag je cijfers van gelijkaardige filialen gebruiken? Qua kostprijs een groot verschil!

Dien je eenvoudigweg je ingevulde mobiliteitstoets in bij het bouwdossier, zonder voorafgaand overleg en onderhandelen, dan kan de gemeente enkel werken met wat je indiende. En doorgaans is dat niet voldoende om ‘ja’ tegen je project te zeggen. Zie zo’n bijkomende studie daarom steeds als een kans om je project te verdedigen, en niet als iets waar je tegen moet vechten om het ongelijk van de gemeente aan te tonen. Haar bezorgdheid is oprecht – wat kan jij doen om die weg te nemen? En als de bezorgdheid terecht is – wat kan jij dan doen om de situatie veilig en vlot te maken?

Kan ik zelf een mobiliteitstoets invullen?

Ik zie vaak formulieren die door projectleiders of architecten ingevuld zijn onder het motto: het is maar een formulier. We vullen het even in, stoppen het bij de bouwaanvraag en klaar is kees. En dat is om een weigering vragen.

Het punt is niet dat je het formulier als leek niet zou kunnen invullen. Dat kan natuurlijk wel, en vaak help ik opdrachtgevers om de kost van de mobiliteitstoets te drukken door hen zelf een deel van het formulier te laten invullen. Je hoeft immers geen specialist te zijn om afmetingen van het project in te vullen, of om op te zoeken welke bussen er net langsrijden en hoe vaak dat is per dag. Maar waar professionele hulp het verschil maakt, is bij het inschatten van hoeveel verkeer je project zal aantrekken en of dat problemen zal opleveren.

Zoals ik eerder schreef, is het van belang om met het formulier de bezorgdheden van de gemeente te capteren en na te gaan of die terecht zijn. Als je formulier echter niet meer doet dan zeggen ‘er zijn trottoirs, bussen en fietspaden en dus is er niets aan de hand’, wel, dan ga je voorbij aan wat voor de gemeente een issue is.

Daarom is een goede mobiliteitstoets transparant. Ik verkies om samen met de gemeente te concluderen of er een probleem is of niet. En hoewel dat niet altijd kan omwille van tijdsdruk, zal een verkeersdeskundig met ervaring zeer goed zelf weten waar bij de gemeente het schoentje knelt. En het soort maatregelen voorstellen die een mobiliteitsambtenaar zelf ook zou voorstellen.

Dit is waarom het geen goed idee is om even snel-snel zelf een toetsing te doen. Iedereen is ervaringsdeskundige als het op verkeer aankomt. Maar niet iedereen is in staat te zeggen of een kruispunt een probleem zal ondervinden van 50 auto’s extra per uur.

Net omdat projectleiders en architecten er vaak van overtuigd zijn dat ze dat varkentje prima zelf kunnen wassen, krijg ik wel vaker een dossier pas te zien wanneer er al een weigering van de gemeente is. En als ik dan kijk naar wat op de mobiliteitstoets is ingevuld, dan zie ik vaak half ingevulde formulieren.

Oppervlaktes, dat lukt doorgaans prima.

Bereikbaarheid is al wat minder: want hoe weet je wat relevant is voor de ambtenaar? Als je geen ervaring hebt met een toetsing, zou je er dan aan denken om niet alleen te zeggen wat er is aan infrastructuur (er is een weg, er is een trottoir), maar ook aan hoe die infrastructuur volgens de gemeente te gebruiken is (het is een lokale ontsluitingsweg met een trottoir dat ruim genoeg is om de verwachte voetgangersstromen elkaar te laten kruisen).

En waar het helemaal in de mist gaat, is het attractieprofiel. Links en rechts staan er wat getallen, zonder enige duiding. Hoe moet je als ambtenaar om gaan met ’20 leveringen per dag’? Met welk soort materiaal wordt er geleverd? Op welke uren? Volgens welke route? Het zijn evidente vragen die zelden beantwoord worden bij het invullen van de mobiliteitstoets.

En op zich is dat niet erg. Want een toetsing is niet meer dan een formulier, een leidraad tot gesprek. En in dat gesprek kan de mobiliteitsambtenaar de nodige vragen stellen om zich een beter zicht te geven op de toekomstige situatie. Maar… dat verondersteld natuurlijk dat er een gesprek is. Eerlijk is eerlijk: het gebeurt nog te vaak dat er gewoon wordt ingediend, zonder enig overleg vooraf.

Mobiliteitstoets is een toetssteen, geen quick fix

Een mobiliteistoets is een toetsing. Het is geen exacte wetenschap, en evenmin een set van regels waar je wel of niet aan voldoet. Meer dan dat: het is een leidraad om met de gemeente in gesprek te gaan, en systematisch alle aspecten van je project te toetsen op hun verkeersimpact.

Het formulier is niet bedoeld als een quick fix. Het is bedoeld als gespreksbasis.

Al te vaak hoor ik dan de reactie ‘maar we gaan toch niet luidop zeggen wat de zwakke punten zijn qua verkeer. Dat is slapende honden wakker maken!’. Mijn reactie is dan steeds dezelfde: als de gemeente je al om een studie of toetsing gevraagd heeft, slapen de honden dan nog?

Je kan beter eerlijk zijn over wat minpunten zijn, en op een eerlijke manier aangeven wat je zelf al overwogen hebt om daaraan tegemoet te komen. En net daar is een gesprek zinvol: je kan polsen of voor de gemeente die oplossingen ver genoeg gaan. En indien niet, wat het vergen zou.

Het spreekt voor zich dat dit een aanpassing kan vergen van je ontwerp. Soms gaat het om details, soms over fundamentele zaken. Niet iedere bouwheer is bereid om dat te doen. Dat hoeft ook niet. Alleen neemt de kans dan stevig toe dat je eindigt met een weigering. Want verkeer is wel degelijk een weigeringsgrond – en wel eentje die de afgelopen twee jaar sterk is toegenomen in belang.

De mobiliteitstoets procedure

De juiste aanpak is daarom de volgende:
1. Huur een professional in. Als budget een kwestie is, wees daar dan helder in. Besef dat een weigering je ook veel kost aan bijkomende uren voor architect, advocaat, … Zie je echt geen kans om hulp in deze fase in te huren, doe dan via Uitrit4 een check van omgevingsfactoren. Zo’n check geeft je een grondig beeld van waar er zouden kunnen problemen ontstaan. En voor de prijs hoef je het niet te laten. Wil je hier meer over weten, neem dan even contact op.

2. Bespreek je project in de schetsfase met de gemeente, en vraag expliciet naar de noodzaak om een mobiliteitstoetsing te doen. Bespreek in voorkomend geval je project met de mobiliteitsambtenaar en bevoegde schepen. Deze stap kan voor kleinere projecten vaak beperkt worden tot een telefoongesprek over een vooraf gemailde schets.

3. Maak een mobiliteitstoets op, gebaseerd op elementen die al vast staan. Heb je al een omgevingsplan, neem dat dan zeker op. Je hebt geen volledig afgerond project nodig – het is beter om in een vroeg stadium een toetsing te doen. Het  komt weinig voor, maar niets weerhoud je om meerdere keren de mobiliteitstoets op te maken, al naar gelang je project vastere vorm aanneemt. De toetsing is pas definitief bij indiening.

4. Vraag feedback aan de mobiliteitsambtenaar op de toetsing. Bij voorkeur schriftelijk, bijvoorbeeld per mail. Als er problemen zijn, beleg een vergadering en maak een verslag. Voor simpele dossiers kan je dit punt samenvoegen met het volgende, omdat er geen of slechts een kleine verkeersstudie nodig is (bv een parkeeronderzoek).

5. Voer een extra verkeersstudie uit mocht de ambtenaar dat opgelegd hebben. Hou rekening met eerdere opmerkingen, en pas waar nodig je plannen aan.

6.Leg je studie en aangepast plan opnieuw voor, en ga samen aan tafel zitten om het geheel door te nemen.

7. Pas waar nodig je ontwerpen nog een laatste keer aan, en dien in. Nu zou wat je indient moeten voldoen aan de vereisten die de gemeente je oplegt. Pas vanaf dit punt is je toetsing en/of mobiliteitsstudie klaar om bij het bouwdossier gestoken te worden – voorzien van de nodige verslagen of schriftelijke feedback.

Hoe lang duurt een mobiliteitstoets?

Dit lijkt een vrij zwaar traject als je het zo leest, maar in de praktijk valt dit erg mee. Een toetsing vergt doorgaans niet meer dan één of twee weken, een extra studie is doorgaans ook op korte termijn haalbaar.

Begin je daarentegen pas aan verkeer als alles al uitgetekend is, wel, dan kan je dat weken vertraging opleveren. En beperk je je tot een half ingevulde toetsing, dan kost het je de termijn van de beroepsprocedure of nog heel wat meer tijd bij het opstellen van een nieuw dossier.

Conclusie?

  1. Huur een professional in om de toetsing uit te voeren – het lijkt simpel, maar het is het niet.
  2. Bespreek zo transparant mogelijk eventuele knelpunten qua verkeer. De honden slapen niet, je kan ze enkel tot je vriend maken.
  3. Begin snel met verkeer – stel het niet uit tot alles ontworpen is
  4. Vertrouw de gemeente: ze hebben doorgaans geen bezwaar tegen je project, maar wel tegen de verkeershinder. Ze geven je de kans om hen te overtuigen. Benut die door een eerlijk en open gesprek te voeren over wat kan en wat het vergen zal.
  5. Wil de gemeente een verdere studie? Laat je verkeersdeskundige dan onderhandelen over wat er net moet onderzocht worden, en hoe dat moet gebeuren.

Toe aan hulp bij een mobiliteitstoets? Neem dan nu contact op via info@uitrit4.be of op 0484/82.32.63.